Driekwart van de Leidse studenten gelooft dat er meer is tussen hemel en aarde. Iets meer dan veertig procent bezoekt wel eens een kerk, synagoge of moskee. Het hoogste percentage atheïsten zit aan de bèta-faculteit, de christenen zijn het sterkst vertegenwoordigd bij Sociale Wetenschappen.
De cijfers zijn afkomstig uit het rapport Student en Zingeving van een onderzoek, verricht onder 700 Leidse studenten . Het Leidse studentenpastoraat liet het onderzoek naar spiritualiteit en religie uitvoeren door het Leiden Institute for Religious studies, University of Leiden, in opdracht van Bureau Mooizo.
Jan Slotboom van de Leidse studenten Ekklesia wordt gevraagd naar de reden van het onderzoek in Mare, het Leids universitair weekblad.
‘Omdat we vonden dat er toch eens goed gekeken moet worden naar hoe je studenten opvangt, benadert en begeleidt. Het is nu zo dat we iets organiseren, en dan maar afwachten wie er komt. We willen meer vraaggericht gaan werken, dan moet je kijken waar behoefte aan is.’
Een kwart van de studenten geeft aan dat God volgens hen niet bestaat, van de rest is ongeveer een derde Christen. Wat vinden jullie van die percentages?
‘Het is een constatering. Het is goed om te weten, en om aan de hand daarvan je beleid te bepalen.’
Van de niet-atheïsten is maar een kwart lid van een organisatie die zich bezighoudt met levensbeschouwing, en ongeveer een tiende is wel eens bij jullie langs geweest. Er valt nog een hoop te winnen…
‘Ja, dat denken wij ook. Toch zijn behoorlijk wat studenten lid van een levensbeschouwelijke organisatie. Dat moet je in perspectief zien: vroeger waren de studentenverenigingen Augustinus en SSR dat ook. Dat kun je nu niet meer zeggen. Wel zijn er nog kleinere studentenverenigingen. De Ekklesia is geen vereniging, maar een organisatie die door de kerken is aangesteld om present te zijn in het studentenleven. Als studenten behoefte hebben aan een gesprek of pastorale zorg, of iets willen doen met hun geloof, dan willen wij hen dat bieden.’
Wat vonden jullie zelf het opvallendste resultaat?
‘Dat je in een tijd van secularisatie zoveel studenten vindt die aangeven dat ze behoefte hebben aan denken over geloof en zingeving. De student van nu is niet a-religieus, maar is vaak wel onbekend met spiritualiteit en religie. Hij of zij staat er echter wel voor open, en daar willen wij graag op inspelen.’
Wat gaan jullie met de gegevens doen?
‘Er staan in het rapport een aantal aanbevelingen, en die willen we ter harte nemen. We willen met name zorgen voor betere pr; vaak heeft een student de klok wel horen luiden, maar weet hij niet waar de klepel hangt.’
Uit het rapport:
Ruim tachtig procent ( van de studenten) doet ‘iets’ aan levensbeschouwing Meer dan tachtig procent van de respondenten doet iets aan levensbeschouwelijke activiteiten. Bijna zestig procent praat er over met anderen. Meer dan veertig procent bidt of doet aan bezinning, bezoekt een religieus gebouw of leest een boek over levensbeschouwing. Verder zijn ook nog diverse andere activiteiten aangevinkt, sommigen zijn afhankelijk van de levensbeschouwelijke identiteit van de respondent. Zo is het bijvoorbeeld niet verrassend dat christenen vaker dan de anderen de Bijbel lezen en moslims vaker dan de anderen de Qu’ran.
Als we kijken naar de subgroepen dan zien we hier ook weer wat globale patronen, al is de samenhang opnieuw niet erg sterk. Respondenten uit de 1e subgroep, atheïsten enrespondenten zonder levensbeschouwing, hebben minder vaak aangevinkt dat zelevensbeschouwelijke activiteiten doen. Respondenten uit de 2e subgroep, de zogenaamde “geïnstitutionaliseerde religieuzen”, in ons onderzoek met name de christenen en moslims, hebben iets vaker aangegeven dat ze geld geven, op bezoek gaan bij een religieuze bijeenkomst, zich inzetten voor hun levensbeschouwing, en bidden. Respondenten uit de 3e subgroep, de zogenaamde ‘nieuwe levensbeschouwelijke stromingen” lezen vaker een spiritueel boek, gaan naar een genezer, hebben een bezinningsmoment voor hen zelf.
Brede interesse in levensbeschouwelijke onderwerpen
In de enquête was een breed scale aan levensbeschouwelijke onderwerpen opgenomen, waaronder interesse in religies als ‘christendom’ of ‘islam’ maar ook ‘religie in literatuur’ of ‘religieuze aspecten van de populaire cultuur, muziekstylen, games, media en fantasy’. Respondenten mochten meerdere opties aanvinken. Ruim vijf-en tachtig procent van de totale groep respondenten heeft iets aangevinkt. Opvallend is dat elk onderwerp door meer dan tien procent van de respondenten is aangevinkt. Alle onderwerpen in de lijst werden dus interessant gevonden. De onderwerpen die door meer dan dertig procent van de respondenten zijn genoemd zijn: filosofie, persoonlijke ontwikkeling, wetenschap en geloof, overeenkomsten tussen levensbeschouwingen/religies, boeddhisme en islam.
Verschillen tussen levensbeschouwelijke identiteiten waren niet groot. Wel valt op dat elke
levensbeschouwelijke identiteit meer wil weten van zijn eigen levensbeschouwing. Daarnaast
hebben vooral respondenten uit de 3e subgroep “nieuwe levensbeschouwelijke stromingen”
veel onderwerpen aangekruist waar zij in geïnteresseerd zijn (o.a. mystiek, spiritualiteit, muziek
en religie).
Aantrekkelijke activiteiten: gezellig, goed, flexibel en ruimte voor twijfel
In de enquête is niet alleen naar de inhoud maar ook naar de vorm van een activiteit gevraagd
en naar voorwaarden om een activiteit te bezoeken. Ongeveer dertig procent zegt geen
interesse te hebben in het deelnemen aan een activiteit. Opnieuw is het vooral de 1e subgroep
die niet geïnteresseerd is in deelname. Zeventig procent geeft wel een voorkeur op, al is er niet
een bepaald type activiteit dat er uit springt doordat het door het merendeel van de
respondenten wordt genoemd. Voorbeelden van type activiteiten die het meest frequent wordt
genoemd (door ongeveer dertig procent) zijn een gezellige ontmoeting met ruimte voor
gesprek, een lezing of een film met daarna een gesprek, een ontmoeting tussen mensen met
een verschillende religie. Levensbeschouwelijke identiteit heeft wel wat maar niet veel invloed
op de de voorkeur voor een bepaalde vorm van organiseren.
Het merendeel van de respondenten (meer dan vijftig procent) noemt de volgende drie type
voorwaarden om te komen naar een activiteit: 1) Aanwezigheid leuke mensen en inhoud
leuk/interessant/goed ; 2) Ruimte voor onzekerheid, (religieuze) twijfel, discussie. Geen stellige
opvattingen inzake religie of levensovertuiging; Deze tweede voorwaarde is iets vaker genoemd
door de 3e subgroep ‘nieuwe levensbeschouwelijke stromingen’ en juist iets minder vaak door
de 2e subgroep ‘geïnstitutionaliseerde religies’. 3) Flexibele binding: Je moet je niet te veel
hoeven vastleggen maar per keer kunnen kijken of je komt.
Meer dan vijf-en twintig procent van de respondenten gaf aan het liefst geïnformeerd te
worden over een activiteit via mond-tot-mondreclame, blackboard, website en poster in de
universiteit.
Universiteit Leiden Instituut Godsdienstwetenschappen
in opdracht van Bureau Mooizo & Leidse Studenten Ekklesia
Student en Zingeving 2009

0 Reacties tot “Student hoort de klok luiden, onderzoek in Leiden”